Schaffelaar
gemeente: Barneveld
plaats: Barneveld
verwervingsjaar: 1968 (Geldersch Landschap)
Korte kernschets
Oud landgoed met landhuis, parkbos, lanenster en omgrachte grote weide. Verder bouw- en weiland, jongere bospercelen en vochtige heide.
Archeologie
In de bodem van de Koeweide bevinden zich waarschijnlijk nog de resten van het oude huis De Schaffelaar, dat in 1800 is afgebrand.
Historische geografie
Rondom Barneveld ligt een dekzandlandschap dat bestaat uit oost-west lopende dekzandruggen met daartussen beken. Op de overgang van de ruggen, die gebruikt werden als akkers, en de beekdalen, die in gebruik waren als hooiland, werden de boerderijen gebouwd. De eerste vermelding van een kasteel op deze plek is te vinden op een kaart uit 1568, gemaakt door Christiaan 's Grooten. Eind 17de eeuw werd een kunstmatige aftakking van de Esvelderbeek gegraven, die over de Schaffelaar stroomt en uitmondt in de Kleine Barneveldse beek. De beek was bedoeld voor verversing van de grachten rond het kasteel en voor de visserij. Langs de beek stond ook een papiermolen. Rond 1750 liep er een pad van het dorp recht naar de Schaffelaar. Dit pad splitste zich vlak voor het kasteel in een pad naar het noorden (Voorthuizen) en een naar het oosten (Kootwijk). De karakteristieke 'punt' aan het terrein is op deze padsplitsing terug te voeren. Waarschijnlijk waren het schaapsdriften over de uitgestrekte heide die hier toen lag. Alleen in het noorden van de Schaffelaar is een klein restant van deze natte heide overgebleven.
Verwervings geschiedenis
In 1967 is het park Schaffelaar gekocht van mevrouw J.L.A. Clifford Kocq van Breugel-barones van Nagell. In 2002 zijn het huis met direct omliggend park, de boerderij en het koetshuis in erfpacht verkregen van de gemeente Barneveld. Daarmee is na 35 jaar de eenheid van landgoed de Schaffelaar weer hersteld.
Kastelen en landhuizen
De Schaffelaar aan de rand van Barneveld is een kasteelachtig huis uit 1852 dat meteen opvalt door zijn afwijkende vormentaal. Het huis hoort tot de top-100 monumenten van ons land en die status heeft het vooral gekregen omdat het een zeldzaam voorbeeld is van een buitenhuis dat in neogotische stijl werd gebouwd. Het huis heeft twee voorgangers gehad, die niet op dezelfde plaats stonden. Op het omgrachte weiland achter het huis (de Koeweide), stond in de 16de eeuw al een huis, dat naar de toenmalige bewoners huis Hackfort heette. In 1678 werd dit door huwelijk eigendom van de familie Van Essen, die het huis heeft omgedoopt tot ´Schaffelaar´. Lucas Willem van Essen, heer van Helbergen, Schaffelaar en Abbenbroek bouwde op die plaats in 1767 een nieuw huis met grote bouwhuizen en een fraaie tuinaanleg. Dit huis heeft maar kort bestaan, omdat het terwijl het te koop stond in de winter van 1799/1800 is afgebrand. In 1808 kocht Jasper Hendrik baron van Zuylen van Nievelt het landgoed, dat in 1828 op zijn gelijknamige neef overging. Deze maakte in 1840 plannen voor een nieuw huis in classicistische trant. Deze plannen werden gewijzigd tot een huis in neogotische trant. Dat gebeurde in 1852, het jaar waarin Van Zuylen van Nievelt in het huwelijk trad met Jeanne Corne´lie barones van Tuyll van Serooskerken. Het nieuwe huis werd ontworpen door A. van Veggel uit ´s Hertogenbosch en verrees op een andere plek, 250 meter dichterbij het dorp. Het indrukwekkende huis van rode baksteen is een tot in de kleinste details gecomponeerd kunstwerk dat op de Engelse neogotiek ofwel de neo-Tudor stijl is gei¨nspireerd. Uitwendig zijn de gevels gedecoreerd met kantelen, hoek- en arkeltorentjes, balustraden, vensteromlijstingen en kozijnen en raamtraceringen van gietijzer.
Interieur/ collectie
Inwendig treffen we dezelfde vormentaal aan. Het gehele interieur met betimmeringen, deuren, trappen, schoorsteenmantels en stucplafonds is doortrokken van neogotische ornamentiek. De interieurdecoratie is voor een groot deel intact gebleven, hoewel kleurige wandafwerkingen en de glas-in-lood ramen ontbreken. De bewaard gebleven ontwerptekeningen geven een goed beeld van verfijningen en detailleringen die niet bewaard zijn gebleven, of soms niet zijn uitgevoerd. Het plafond in de vestibule is het rijkste stucwerkplafond van de Schaffelaar. Met zijn hanggewelfjes wordt dit ook wel een druipsteenplafond genoemd. In de aangrenzende vetrekken aan de linkerkant van het huis is het de bedoeling geweest soortgelijke plafonds te realiseren, maar deze zijn nooit voltooid. De Schaffelaar is van 1977 tot 1979 in opdracht van de gemeente Barneveld gerestaureerd, waarbij onder andere de gesloopte toren werd herbouwd.
Tuin/park
In het park van de Schaffelaar zijn drie periodes van parkaanleg duidelijk herkenbaar. De eerste periode dateert uit ongeveer 1770 en is vermoedelijk onder Lucas Willem van Essen tot stand gekomen. Het park is geometrisch van opzet. Kern van de parkaanleg was het landhuis, dat op de huidige Koeweide lag. Vanaf het huis loopt een laan, die bijna een kilometer het landschap in stak. Aan weerszijden van de laan waren bosvakken en landbouwgronden, afgegrensd door dwarslanen. Bijzondere elemente in het bos waren een sterrebos en de bosaanleg in een 'quinconce-verband' een bosverband waarbij de blik het bos ingetrokken wordt. Deze aanleg vormt nog steeds de hoofdopzet van het park, die in meer dan 200 jaar niet is veranderd. Latere parkontwerpen werden binnen deze hoofdopzet gerealiseerd. De tweede periode is een aanleg in de vroege landschapsstijl, die waarschijnlijk tussen 1802 en 1832 is aangelegd. Deze aanleg wordt het Franse Werk genoemd. Het papiermakersbeekje werd vergraven tot een stelsel van slingerende vijvers, waaromheen eveneens slingerende paden werden aangelegd. Een gedeelte van de gracht kreeg tevens gebogen oeverlijnen. In 1853 maakten L.P. Zocher en J.D. Zocher jr. in opdracht van Jasper Hendrik van Zuylen van Nievelt een ontwerp voor een park rondom het nieuw gebouwde huis. Dit werd een park in late landschapsstijl, met gebogen bosranden, gebogen wegen en wandelpaden, boom- en heestergroepen en een vijver met grafeiland.
Bouwwerken
Het gietijzeren toegangshek tot de Schaffelaar is passend bij het huis geheel in neo-gotische stijl uitgevoerd. Voor het overige komt de neo-gotiek in de bijgebouwen op het landgoed niet voor. In de directe nabijheid van het huis zijn de fundamenten van de oranjerie aanwezig. De oranjerie werd omstreeks 1900 gebouwd en er zijn plannen ontwikkeld die voorzien in de herbouw van dit markante bouwwerk. Terzijde van de toegangslaan liggen het koetshuis en een boerderij. Het koetshuis is in classicistische stijl opgetrokken en kwam een jaar na het hoofdhuis, in 1853, gereed. Het interieur heeft nog de oorspronkelijke bestrating en de paardenstal is voorzien van de originele schotten. De traditionele boerderij werd in 1869 gebouwd, wat blijkt uit een gedenksteen in de noordwestgevel. De tuinmanswoning van de Schaffelaar (Stationsweg 22) dateert net als de bijbehorende schuur uit omstreeks 1885 en werd verbouwd in 1926. De witgepleisterde dienstwoning in het bos ligt aan de hoofdas van het landgoed (Wesselseweg 11) en werd aan het eind van de 19de eeuw gebouwd.
Flora
Buiten het mooie parkbos dichtbij het landhuis bevindt zich op floristisch gebied een interessant terrein. Het vochtige heideveld, dat overgaat in Elzenbroekbos in het noorden herbergt soorten als kleine zonnedauw en veenpluis. De klokjesgentiaan groeit met zijn mooie hemelsblauwe bloemen tussen de dopheide. Ook vinden we hier gagel, een houtige struik waarvan de olie uit de harsklieren zeer aromatisch is. Vroeger werd het als geneesmiddel gebruikt en ook werd het als vervanger van hop gebruikt om het bier mee te kruiden. De vochtige omstandigheden in het elzenbroekbos zorgen voor een rijke ondergroei, met gele lis en moerasandoorn. In de oudere drogere bossen groeien dalkruid en dubbelloof en ook koningsvaren is aanwezig. In het hele terrein, maar ook in het oude parkbos komen zeer veel paddestoelen voor, waaronder enkele zeldzame soorten.
Fauna
Doordat het bos betrekkelijk oud is, een goed ontwikkelde struiklaag heeft en veel overgangen heeft naar meer open gedeelten, is het gebied zeer aantrekkelijk voor de fauna. Vooral vogels profiteren van deze omstandigheden, hetgeen tot uitdrukking komt in de aanwezigheid van wel 50 soorten broedvogels. Vooral spechten, zoals de groene specht, gedijen hier. Vanuit holtes in de oude bomen verschijnen tegen de schemering diverse soorten vleermuizen. Op en nabij de heide komen de ringslang en de levendbarende hagedis voor. Reeën zijn weer teruggekeerd in het gebied nadat er rustiger gedeelten zijn gecreëerd
Visie/ toekomstbeeld
Op de Schaffelaar willen we de geschiedenis van de parkaanleg zichtbaar houden. Dat betekent dat in principe elk deel beheerd wordt zoals het in de periode waarin het is aangelegd bedoeld is geweest. Het heideterrein in het noorden van de Schaffelaar wordt beheerd als laatste restant van de voormalige 'woeste gronden' en refugium voor de planten en dieren die daar thuishoren.
 |